Behoefte aan Europese samenwerking tijdens milieubijeenkomst in Kalkar

Kalkar:  Zowel in Duitsland als Nederland zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van milieutechnologie. Op 5 februari 2014 in Wunderland Kalkar kwamen zo’n 70 ondernemers en ambtenaren uit deze sector bijeen om kennis uit te wisselen en elkaars ervaringen te delen. Duidelijk werd dat er veel behoefte is aan samenwerking op euregionaal en Europees niveau. De bijeenkomst vond plaats in het kader van het INTERREG IV-A project 2 connect Business en werd georganiseerd door de Nederlands-Duitse Handelskamer (DNHK).

Bij binnenkomst in de zaal van Wunderland Kalkar is het meteen duidelijk: de deelnemers komen hier om te netwerken. Groepjes mannen in pakken, en een enkele vrouw, zijn druk in gesprek onder het genot van ‘Kaffee und Kuchen’. Het doel van de branchebijeenkomst milieutechnologie van het euregio-project 2 connect Business is dan ook dat Nederlandse en Duitse ondernemers en ambtenaren uit de sector milieutechnologie met elkaar in contact komen en van elkaars expertise kunnen leren. Na een toelichting van mevr. Bongert-Boekhout over het project 2 connect Business en twee keynote speeches konden de aanwezigen dan ook volop nieuwe kennis vergaren en delen tijdens drie verschillende workshops: over waterzuivering, afvalverwerking of innovatieve productontwikkeling.

 

De wil tot grensoverschrijdende samenwerking is er in ieder geval, zo bleek uit de keynote speech van Harry de Vries van Stichting kiEMT. Deze netwerkorganisatie koppelt bedrijven, kennisinstituten en overheden uit Oost-Gelderland die actief zijn in de sector Energie- en Milieutechnologie (EMT). kiEMT kijkt ook graag over de grens. Er is contact met EnergieAgentur.NRW, het energiecluster in Noordrijn-Westfalen, maar er bestaat behoefte aan meer concrete samenwerking op het gebied van innovaties. De Vries denkt hierbij bijvoorbeeld aan samenwerkingsprojecten op Europees (Horizon 2020) of euregionaal (INTERREG) niveau. Want, zo luidt het motto van kiEMT, ‘alleen gaat het sneller, maar samen kom je verder’. Het Duitse cluster Umwelttechnologien.NRW ondersteunt, net als kiEMT, bedrijven en kennisinstellingen met innovatieve ideeën en brengt verschillende partijen op het gebied van milieutechnologie samen. Clustermanager Heinrich Herbst licht in zijn keynote-speech verschillende samenwerkingsverbanden toe, die overigens vooral plaatsvinden tussen verschillende Duitse EMT-clusters. Internationale samenwerking vindt in beperkte mate met de buurlanden plaats, terwijl er met Oost-Europese en BRIC-landen, waar flink aan de weg wordt getimmerd op het gebied van EMT, nog nauwelijks wordt samengewerkt. Hier valt nog flink wat terrein te winnen.

 

Tijdens de workshop over waterzuivering laat Eric Kuindersma van Waterschap Rivierenland zien dat  circa 60% van Nederland onder zeeniveau ligt. Goed waterschapsbeheer is dus van levensbelang in Nederland. In de grensregio bestaat een goede samenwerking met Duitse partners. Zo wordt het afvalwater uit het Duitse grensplaatsje Zyfflich gezuiverd door de waterzuiveringinstallatie in Nijmegen. Ook Kirsten Adamczak van het Emschergenossenschaft und Lippeverband (EGLV), twee gefuseerde waterschappen in Noordrijn-Westfalen, licht een veelbelovend internationaal project toe: het INTERREG IV-B project ‘noPILLS in waters’. Binnen het project werken Duitse, Nederlandse, Franse, Luxemburgse en Britse partijen samen. Vanuit Nederland is het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij het project betrokken. Het doel is om de aanwezigheid van medicijnresten in afvalwater te verminderen, aangezien deze erg schadelijk zijn voor het milieu. Via het afvalwater van ziekenhuizen (20%) en huishoudens (80%) komen schadelijke medicijnresten in het rivierwater terecht, wat veel vissen fataal wordt. Zo zijn er in het kader van het project in diverse ziekenhuizen zuiveringsinstallaties geplaatst, waaronder in een ziekenhuis in Zwolle, om dit schadelijke restafval te reduceren. Ook wordt er gepleit voor de vervaardiging van ‘groene medicijnen’: medicijnen die snel afbreekbaar zijn in het milieu, en voor minder schade zorgen.

 

In de workshop over afvalverwerking pleit ook Robert Hageman van AVR Afvalverwerking uit Duiven voor meer samenwerking over de grens. Er vindt nu bijvoorbeeld nog geen verwerking van afval uit Duitsland in Nederland plaats. Ook op het gebied van innovatieve afvalverwerking (de energie die vrijkomt uit afvalbranding wordt in de regio Arnhem/Nijmegen ingezet voor stadsverwarming en busvervoer) is samenwerking met Duitsland gewenst, aldus de aanwezigen. Hageman vraagt zich af waarom onze kennisoverdracht bij de grens stopt en we zo weinig van elkaar leren. In de workshop over innovatieve productontwikkeling licht Siem Haffmans van Partners for Innovation de circulaire economie toe. Dit is een economisch systeem om de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren. Als voorbeeld noemde hij onder meer het ‘Lease a jeans’ concept, waarbij gebruikers een spijkerbroek kunnen ‘leasen’, en na gebruik weer teruggeven aan de producent. Die maakt er vervolgens weer een nieuwe spijkerbroek van. Een ander voorbeeld is het Car2Go principe, vergelijkbaar met GreenWheels, maar dan met elektrische auto’s. In diverse Europese grote steden, waaronder Amsterdam, staan op verschillende plekken Car2Go auto’s klaar. Leden kunnen deze auto’s direct gebruiken: efficiënt én milieuvriendelijk.

 

Gedurende de middag zijn er weer veel nieuwe contacten gelegd en innovatieve ideeën uitgewisseld. Eén ding is zeker: de wil om samen te werken op het gebied van milieutechnologie is er zeker, maar de vraag bij velen is: hoe gaan we dit concreet vormgeven? Een deelnemer aan de workshop over afvalverwerking pleit, net als de Harry De Vries van kiEMT, voor samenwerking op Europees niveau. Op het gebied van innovatie bestaan hier goede mogelijkheden voor ondersteuning. Hij pleit voor een Euregionale ‘filosofie’, waarbij de Euregio als kapstok fungeert bij het ontwikkelen van nieuwe Europese samenwerkingsverbanden. 

 

Het project ‘2 connect Business’ wordt in het kader van het INTERREG IV-A programma Deutschland-Nederland medegefinancierd door het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), door de provincie Gelderland en het ministerie van Economische Zaken uit Noordrijn-Westfalen. Het wordt begeleid door het programmamanagement bij de Euregio Rijn-Waal. www.deutschland-nederland.eu.