Twaalf jaar cel voor dodelijke overval Te Selle

rechtspraakLEEUWARDEN-WINTERSWIJK – Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag een 30-jarige Moldaviër veroordeeld tot twaalf jaar cel met aftrek van voorarrest voor de overval van de woning van de familie Te Selle in Winterswijk op 2 juli 2014, waarbij Erik te Selle werd gedood. Dat is drie jaar minder dan de vijftien jaar waartoe de rechtbank in Arnhem de man eerder veroordeelde.
Het echtpaar Te Selle werd door de drie daders met tape vastgebonden in hun woning aan de Groenloseweg. De man overleed doordat bij hem ook de mond en neus werden afgeplakt. De uiteindelijke buit was gering.

De verdachte was door de rechtbank Gelderland op 28 juni 2016 tot 15 jaar gevangenisstraf veroordeeld. Een medeverdachte, die niet verantwoordelijk werd gehouden voor de dood van het slachtoffer, werd tot 7 jaar cel veroordeeld. Hij trok zijn hoger beroep in.

 

De verdediging bepleitte dat de verdachte alléén de mond van het slachtoffer had afgetaped en niet de opzet had op de dood van het slachtoffer. Het hof acht echter bewezen dat de verdachte óók de neus had afgeplakt en daarom (minst genomen) voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer. Met dit juridische begrip wordt aangeduid dat het de dader niet in de eerste plaats begonnen is om de dood van het slachtoffer, maar dat door het afplakken van mond en neus de kans aanmerkelijk is dat iemand komt te overlijden en dat de dader die kans bewust aanvaardt.

Het gerechtshof komt tot een lagere straf dan de rechtbank. Het hof overweegt dat slechts kan worden volstaan met de oplegging van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij moet bedacht worden dat geen enkele straf, ook niet de langst mogelijke, ook maar iets goed zal kunnen maken van het verdriet dat de nabestaanden is aangedaan.
Het bepalen van de juiste strafmaat voor dit soort ernstige feiten is nooit eenvoudig. De rechter heeft daarbij enig houvast aan de straffen die voor vergelijkbare strafbare feiten zijn opgelegd. Gelet hierop vindt het hof de door de rechtbank opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde straf te hoog. Die past meer bij een ernstig geval van moord dan bij doodslag, ook als die gecombineerd wordt met diefstal met geweld.
Het hof is daarom van oordeel dat een gevangenisstraf van 12 jaar met aftrek van voorarrest passend en geboden is.